Omgaan met ernstige ziekte op school
Door identiteitsbegeleider Emmanuel Gerritsen
Plots kijkt een van de leerkrachten me met geschrokken ogen aan. Ze realiseert zich ineens dat ze met Tim heeft afgesproken dat hij een spreekbeurt zou houden over cremeren. Zijn oma is een tijdje geleden overleden. Maar nu heeft de vader van Sanya kanker. Zal ze de spreekbeurt maar uitstellen…? Ieder jaar opnieuw wordt er in ons land bij ongeveer 65.000 mensen kanker geconstateerd. Dat kan dus ook bij iemand op school gebeuren: bij een collega, bij een ouder, bij een kind… Hoe ga je daar als leerkracht mee om?
Onlangs werd ik gevraagd om in een schoolteam een vergadering hierover te leiden. Een van de ouders heeft kanker, en de leerkrachten willen weten of ze op de goede weg zitten met hun zorg voor de kinderen. “We hebben wel het idee dat we het goed doen, maar is dat ook zo? Wil je daar eens met ons over komen praten? Misschien heb je nog wat richtlijnen en suggesties”.
We beginnen de teamvergadering in stilte. Sommige leerkrachten zitten druk te schrijven, anderen zitten voor zich uit te staren. “Stel je eens voor dat je zelf ziek bent. Niet een griepje, maar iets ernstigs”, zo luidde de eerste opdracht, “hoe zou je dan willen dat anderen met je omgaan? Wat moeten ze doen en zeggen? En wat moeten ze bij jou vooral niet doen en zeggen?”
Daarna komt het gesprek op gang, eerst aarzelend, maar dan laten de leerkrachten steeds meer van zich zien. Er blijken behoorlijke verschillen tussen de leerkrachten te zijn. De een zou willen dat de collega’s er niet teveel naar vragen, maar juist zo normaal mogelijk blijven doen, een ander vindt het juist erg als men doet alsof er niets aan de hand is. We zijn niet allemaal hetzelfde. “Zou het dan niet het handigst zijn, om degene die ziek is ernaar te vragen?” stelt iemand voor. Dat was precies een van de suggesties die ik had meegenomen, en die we vervolgens bespreken.
Dan komt het gesprek ineens op de spreekbeurt van Tim, de spreekbeurt over de crematie van zijn oma. Moet je die spreekbeurt nu uitstellen, omdat het teveel kan oproepen, of is het juist een gelegenheid om er eens over te praten? De meningen zijn verdeeld. Zou Sanya er zelf wel eens aan gedacht hebben dat haar vader aan de kanker sterven kan? Zouden ze het er thuis over gehad hebben? Zijn er gevoelens van angst en verdriet, waarmee ze bij niemand terecht kan? Wordt er onder de kinderen eigenlijk over gepraat? Welke fantasieën leven er in die hoofdjes? Maar: kanker kan ook genezen; hoe erg is het met haar vader eigenlijk?
Via het gesprek komen we op enkele richtlijnen uit:
De zieke vader vragen hoe hij wil dat we met hem omgaan.
Een contactpersoon, liefst de leerkracht van het kind, moet goed op de hoogte zijn van de situatie.
Het onderwerp niet uit de weg gaan. Kinderen de gelegenheid geven – via verschillende werkvormen – om hun ideeën en gevoelens verder te ontwikkelen.
Goed kijken en luisteren naar het kind. Voor de een kan de school een veilige plek zijn, omdat daar het leven gewoon doorgaat. Voor de ander is het juist de plek waar je er eens over mag praten, individueel of in de klas.
Tot slot stipten we nog even de ‘religieuze hulpbronnen’ aan. De Beatles zongen het al: “When I find myself in times of trouble, mother Mary comes to me…” Een kaarsje opsteken, een gebedje uitspeken, een kerk binnenlopen; het kan je helpen om het leven aan te kunnen in moeilijke tijden. Herken je dat in je eigen leven of bij anderen? Hoe belangrijk zijn rituelen voor kinderen? En hoe ga je daarmee om in de klas. Helaas was er geen tijd meer om dit verder te bespreken.
Terugblik:
In dit gesprek hebben we meer gedaan dan de richtlijnen van de experts besproken. Er kwamen enkele eigen ervaringen, angsten en vragen van de leerkrachten op tafel. Dat is belangrijk, want die collegiale openheid geeft je de ruimte om na te denken over je eigen aanpak. Het kan je de moed geven om – als de gelegenheid zich voordoet – niet te schrikken, maar het thema toch maar aan te pakken en met de kinderen wel over kanker of over de dood te praten. Hoe meer je je bewust wordt van je eigen omgaan met ziekte, hoe beter je ook professioneel met de kinderen kunt omgaan.
Neem contact op met uw identiteitsbegeleider om met uw team na te denken over hoe om te gaan met ernstige ziekte op school.