Levensbeschouwing
Hoe kun je levensbeschouwelijke gesprekken voeren in de klas? René Klaassen vertelt hoe hij dat doet.

Komen kinderen eigenlijk wel met levensbeschouwelijke vragen?
De hele dag door komen er vragen op je af, te pas en te onpas. Maar je moet er een beetje ’n oog en oor voor krijgen, die vragen leren zien als levensvragen. Als begeleiders hebben we de ervaring dat deze vragen van kinderen er altijd al waren en altijd zullen zijn. Levensvragen komen het scherpst aan het licht in contrastervaringen als ongelukken, aanslagen, ziekte, scheiding, dood. Die zijn van alle tijden. Het vragen van kinderen op deze punten houdt nooit op, omdat hun denken over hoe het voor hen zit altijd maar doorgaat.
Je kunt daar niet de hele dag door aandacht aan besteden. Er moet toch ook gerekend en getaald worden?Als leerkracht heb je telkens opnieuw de keuzemogelijkheid: ga je direct in op de levensbeschouwelijke vragen van de kinderen of stel je het uit tot het je beter past? Dat je er altijd en overal meteen aandacht en tijd aan kunt besteden is natuurlijk niet reëel. Even uitstellen tot een geschikt moment dus, maar laat een kind niet wachten tot de volgende week. Daarvoor gaat het verwerken van problemen bij kinderen te snel. Het is toch immers een basisvoorwaarde voor goed kunnen leren om niet in je gedachten bezig te zijn met andere dingen? De concentratie van kinderen is vaak een goede graadmeter.
Het zou toch handig zijn als
je het een beetje kon plannen. Kunnen leerkrachten niet zelf het initiatief
nemen? Er zijn een
aantal modellen die leerkrachten goed kunnen benutten om in heel korte tijd een
gesprekje over zo’n levensvraag aan de orde te stellen en wanneer er geen
vragen zijn merk je dat gauw genoeg. Wat goed werkt zijn symbolen. Je legt wat
symbolen op tafel: een sleutel, een slot, een dobbelsteen, een waxinelichtje,
een touwtje, noem maar op. Zelf heb ik een doos vol, waar ik telkens uithaal wat
van belang lijkt voor de situatie die ik besproken wil zien. Telkens
probeer ik daar een startvraag bij te bedenken om een gesprek op gang te
brengen. Dan geef ik bijvoorbeeld de opdracht: “Zoek een voorwerp dat je
herinnert aan de leukste gebeurtenis uit je leven.” Met het voorwerp in de
hand mogen ze dan kort vertellen.
Kun je ook verhalen gebruiken?
Ja, heel goed. Een verhaal kan dezelfde aanzet zijn. Ervaren leerkrachten hebben een schatkist vol verhalen waar ze uit kunnen putten. Maar je moet wel durven. Als je er niet te benauwd mee omgaat zijn levensbeschouwelijke gesprekken heel erg leuk. Gebruik de spelregel dat het niet gaat om wie gelijk heeft, gebruik de spelregels van het filosoferen met kinderen. Laat antwoorden op vragen verplicht beginnen met: “ Ik denk dat…” en zorg ervoor dat het kind dat aan het woord is de hele denkbeweging kan afmaken. Dat vraag soms geduld. Maar het levert veel op.
Soms
weet je als leerkracht dat er iets speelt. Dat een kind erg angstig is
bijvoorbeeld. Hoe kun je zelf zo’n moeilijk onderwerp ter sprake brengen?
Niet
rechtstreeks. Niet die kinderen voor het blok zetten. Maar als ze horen dat
anderen dat ook kennen, en hoe zij daarmee omgaan, dan kan dat zeker helpen.
Maak het concreet en geef ze iets in handen. Gaat het bij voorbeeld over bang
zijn in het donker, slecht slapen, liggen piekeren zorg dan voor een zaklamp.
Wie hem vast heeft mag vertellen. Je mag een vraag stellen of je mag jouw eigen
mening geven… De rest luistert. Je
bent heel enthousiast, merk ik. Ja,
het inspireert me enorm. Dit soort gesprekken zijn veel leuker dan het soms
oppervlakkige vertellen over wie er wat gedaan heeft in het weekend en wie er
verloren of gewonnen heeft bij sport of hobby. En er zijn zoveel momenten en
manieren om dit aan de gang te brengen. Ik heb nog veel meer leuke ideeën…
U kunt René Klaassen of een van zijn collega’s bij Sol uitnodigen voor een teamvergadering of workshop.