Identiteit

De verzuiling voorbij; beschrijving van een vruchtbaar identiteitstraject

 

Afgelopen jaar begeleidde ik een drietal scholen die serieus werk wilden maken van de ontwikkeling van hun identiteit en daarvoor ook voldoende tijd wilden reserveren. Niet na een drukke schooldag, als ieders hoofd nog vol zit met allerlei kwesties en er na anderhalf uur huiselijke verplichtingen wachten. Belangrijke voorwaarden voor een vruchtbaar identiteitstraject zijn tijd en rust. De scholen reserveerden  twee tot drie halve studiedagen met daar tussendoor een directiegesprek om het proces te evalueren en de volgende stap voor te bereiden.

 

De prangende vraag van deze scholen was: hoe geven we betekenis aan de levensbeschouwelijke grondslag van onze school? De spanning tussen de formele identiteit en de geleefde/feitelijke  identiteit bestaat op heel veel scholen en bij schoolbesturen. Het is deze vraag die het thema identiteit vaak zo beladen maakt, omdat die lange tijd uit verlegenheid niet gesteld is en omdat er veel verwarring en misverstanden leven over de implicaties van de formele identiteit (regelmatig hoor ik stellige uitspraken van leerkrachten en/of ouders over wat een katholieke/pc school al of niet behoort te doen of te zijn) Hieraan gekoppeld volgt de vraag naar meer duidelijkheid over het onderscheid smalle en brede identiteit.

 

In het begin van het traject bespeurde ik bij enkele leerkrachten nog wel weerstand of enige reserve, maar als leerkrachten merken dat alle vragen, beelden en frustraties open ingebracht kunnen worden en dat er geen pasklare antwoorden verwacht worden, wijkt de negatieve spanning. Om een Babylonische spraakverwarring te vermijden, bepalen we eerst een werkdefinitie van het begrip identiteit[1] en hanteren die definitie gedurende het gehele traject. De volgende stap is het verhelderen van het onderscheid tussen de traditionele benadering van identiteit, de gematigde benadering en de moderne constructivistische benadering van identiteit. Hiervoor maak ik gebruik van de schema’s uit het genoemde boek van A. de Wolff.

 

Na dit onderdeel ontstaat er een spannend gesprek. Er zijn leerkrachten die vast willen houden aan de duidelijkheid van het traditionele model, hoewel ze ook inzien dat die benadering niet meer spoort met een geseculariseerde en pluriforme schoolpopulatie. Anderen voelen zich bevrijd van vermeende eisen die niet sporen met hun persoonlijke levensbeschouwing. Uiteindelijk konden de drie teams eenduidig kiezen voor de constructivistische benadering, waarbij er in elk team wel een of meerdere leerkrachten de rol van  waakhond op zich namen door erop te wijzen dat de levensbeschouwelijke grondslag geen nietszeggend aanhangsel moest blijven. Terecht, want met deze analyse en richtingbepaling, is de centrale vraag naar de betekenis van de grondslag nog niet opgelost. Wel is duidelijk geworden dat de betekenis verschoven is van allesbepalende fundament van het onderwijs naar inspiratiebron. De metafoor van de boom helpt daarbij.

 

Op twee van de drie scholen gingen leerkrachten met elkaar in gesprek over de betekenis die het katholieke/christelijke geloof voor hen persoonlijk heeft/ heeft gehad en zo werd duidelijk in hoeverre de joods-christelijke traditie als inspiratiebron in het team aanwezig is. Deze gesprekken worden zeer gewaardeerd en bovendien leveren ze ook zicht op gemeenschappelijke waarden en brengen ze allerlei vragen aan de oppervlakte die nadere reflectie en bezinning behoeven, zoals:

Met de inventarisatie van de gemeenschappelijke waarden en uitgangspunten en van de ontwikkelpunten eindigde het identiteitstraject voorlopig. De drie scholen waren heel tevreden met het proces en de uitkomsten van dit traject en beseffen dat het verhaal van de identiteit van de school nooit eindigt. Ik hoop dat deze scholen het identiteitsperspectief kunnen vasthouden bij iedere verdere schoolontwikkeling, dan is dit traject een vruchtbaar traject geweest.

 

Keete Jansma, 24 augustus 2007

 


[1] Uit het boek: Identiteit in uitvoering, de christelijke school in discussie, A. de Wolff

 

Terug