Dood en rouw

 

Van paniek naar preventie: het rouwprotocol

Op school kunt u te maken krijgen met allerlei soorten van verdriet. Het kan gaan om levensbedreigende ziekte, scheiding, verhuizing, verloren vriendschappen, brand, verkeersongelukken. We hopen dat het u en de kinderen bespaard blijft, maar als het komt, komt het meestal onverwacht. Daar waar scholen in het verleden een afwachtende houding aannamen en Sol pas lieten ‘uitrukken’ wanneer dat nodig was, proberen zij nu het team al toe te rusten voor zich incidenten voordoen. Steeds meer worden leerkrachten zich immers bewust van de gezamenlijke zorg en verantwoordelijkheid voor een goed verloop van het verwerkingsproces.

 

Natuurlijk is ieder verdriet uniek. En bij elke gebeurtenis hoort een eigen verwerkingsproces. Toch blijken er ook overeenkomsten te zijn in de manieren waarop kinderen reageren en hun verdriet verwerken. Bovendien blijken er ook overeenkomsten te zijn in de aanpak bij onverwachte calamiteiten. Om chaotische taferelen en pijnlijke missers te ontlopen is het aan te raden een protocol te volgen.

 

Sol heeft in de loop der jaren een heel aantal van die valkuilen leren kennen en gaandeweg een eigen protocol ontwikkeld met de naam “voor het geval dat….”.  Dit protocol hoort aanwezig te zijn op alle scholen waar we komen. Overigens ook op alle andere scholen - maar dat ter zijde. Bovendien vinden we dat alle leerkrachten voldoende toegerust moeten zijn om bij welk incident dan ook professioneel te kunnen handelen. Of het nu een heel groot incident is, zoals een overlijden of een ongeluk, of een heel klein, zoals een kind dat in een speeltuin een half uur kwijt is. 

 

De laatste tijd mogen we dit soort nascholing met enige regelmaat uitvoeren. We helpen in een paar verschillende begeleidingsmomenten, soms met hele teams, soms met alleen een sleutelteam van verantwoordelijken, om een voor de school ‘waterdicht’ protocol te maken dat past op alle denkbare incidenten. Elke school heeft wel een EHBO trommel – iets vergelijkbaars zou er moeten zijn voor een ernstig verlies. Materiaal dat je dan nodig hebt moet voor het grijpen liggen. Van een complete lijst van telefoonnummers van iedereen die je ook maar nodig zou kunnen hebben tot een doos waxinelichtjes. 

 

Deze begeleiding ziet er in de praktijk natuurlijk heel gevarieerd uit. Telkens proberen we op dit punt maatwerk te leveren. De theorie, hoe verwerken kinderen verdriet, is voor iedereen gelijk. Daarnaast nemen we natuurlijk altijd de geschiedenis mee van wat er op een school al gebeurd is, soms ook de zaken die op het punt staan te gebeuren.

 

Nog recent werd ik gevraagd voor een teambijeenkomst. Het overlijden van een leerling had de behoefte aan bijscholing en gesprek in het team opgeroepen, een behoefte waaraan nu – eigenlijk alweer veel te laat – werd tegemoet gekomen. Dat is dan een bijzonder vertrekpunt, omdat elke aanwezige bij zo’n middag de eigen emoties boven voelt komen. Al vaker ben ik tegen gekomen dat het dingen betreft die mensen, leerkrachten net zo goed als ouders, nog niet eerder tegenover elkaar hebben uitgesproken. Op het moment dat dit dan toch gebeurt, is dat soms pijnlijk, maar vanaf dan kan er aan ‘genezing’ gewerkt worden. Telkens wanneer ik dit op een school mag doen, sta ik verbaasd van het vertrouwen en de openheid waarmee leerkrachten hun ervaringen willen delen. Ook al moet men een drempel over, het komt tegemoet aan een grote behoefte. De teams zijn vaak opgelucht en blij dat men hierover praten kan. En het versterkt de teamgeest.

 

René Klaassen, Identiteitsbegeleider SOL

Het gebeurde na schooltijd…

Op een van de dagen dat het gesneeuwd had, ging ’s middags om vijf uur bij Sol de telefoon. Een huilende en moeilijk verstaanbare vrouw. Ze belde van school begreep ik. Toen ze op adem gekomen was, vertelde ze me dat er een ongeluk gebeurd was op de dijk bij de school. Een automobilist had een jongen aangereden die aan het spelen was met de slee in de sneeuw. De andere kinderen waren naar huis gehold om hulp te halen, maar toen ze bij de plek terug­kwamen was er niemand meer. Geen auto en geen kind. Alleen de sporen waren in de sneeuw nog te zien. Toen waren ze met enkele ouders naar de school gekomen. “Alle kinderen van de wijk stromen hier bij elkaar en ook de ouders en we moeten ze opvangen. Kunt u komen?” was de vraag.

 

 We zijn direct gegaan. Bij aankomst was er chaos en emotie op de speelplaats. Meer dan honderd kinderen, en ook veel ouders. We hebben meteen een paar groepen gevormd. Een groepje ouders en leerkrachten vormden een voorlopig ‘sleutelteam’. Zij concentreerden zich rond de telefoons om de overige teamleden en de politie te bellen. Het eerste contact met de politie leverde niets op. Ze belden met huisartsen en ziekenhuizen. Zelf heb ik een grote groep kinderen in de aula bij elkaar gehaald. Omdat we niet wisten wat er gebeurd was, heb ik een stel kinderen om de beurt naast me gezet op het podium en gevraagd wat ze gezien hadden. Langzaamaan ontstond er een beeld. Na een lange en spannende tijd, waarin we niet veel anders konden doen dan wachten, kwam het bericht waar we zo bang voor waren. De leerling was overleden.

 

Het sleutelteam bleef proberen alle leerkrachten te bereiken, zorgde dat iemand de ouders opving, en dacht na over de volgende stappen. Intussen waren enkele leerkrachten bereikt en weer naar school gekomen. Ouders en leerkrachten namen groepjes kinderen onder hun hoede en wisselden elkaar af. Ze praatten met de kinderen, zaten boekjes voor te lezen, en lieten hen tekeningen maken. Binnen de kortste keren was er bij de deur van de koffiekamer een gedenkhoek ingericht. Andere ouders zorgden dat we wat te eten en te drinken kregen.

 

Tot laat die avond waren er kinderen op school. We konden de ouders naar huis sturen met de mededeling dat de volgende dag de school om negen uur weer open en bemand zou zijn en iedereen kon terecht voor opvang. Die volgende dag werd een heel bijzondere schooldag. Het sleutelteam was aangepast en coördineerde alle zorg en overleg. Gesprekken met leerkrachten, uitleg aan de kinderen over wat er nu precies gebeurd was, informatie naar de ouders. Gelukkig was er goed contact met de politie, die met het onderzoek bezig was. Met de familie konden we overleggen over de begrafenis, en wat de school en de kinderen daarbij konden en mochten doen. Ook het team had behoefte aan tijd en gesprek met elkaar. Juist op deze dag en de volgende dagen voorafgaande aan de begrafenis gebeurden er heel veel goede dingen. Het gevoel dat je toch nog wat kunt doen voor de overleden (mede)leerling is daarbij essentieel. Het waren gesprekken, activiteiten, werkstukjes waar op school later nog vaak naar is teruggekeken, en die in de maanden die volgden goed geholpen hebben bij de verwerking.

 

Na de uitvaart bleven we volgen hoe het ging en evalueerden we de gang van zaken met het sleutelteam. Enerzijds om snel weer de gewone dagindeling op te pakken en anderzijds om ook ruimte en aandacht te hebben voor de verwerking. We hebben ideeën voor activiteiten in de groep besproken. En voor weeksluitingen. Later hebben leerkrachten bijscholing gevolgd over hoe kinderen verlies verwerken, over hoe te signaleren dat er bij kinderen iets ‘vast loopt’. Verwerken blijkt echt een werkwoord te zijn!

 

In dit verslag zijn twee situaties van enkele jaren geleden gecombineerd en deels geanonimiseerd. Sindsdien is Sol betrokken geweest bij rouwbegeleiding op verschillende andere scholen. Mede naar aanleiding van het gebeuren op al deze scholen is het Sol-draaiboek uitgekristalliseerd tot wat het nu is. Het is geen oplossing voor àlle situaties, want die zijn altijd anders. Maar het geeft wel houvast. Het helpt vooral om een aantal valkuilen te vermijden. Tot slot heb ik maar een tip: zorg dat u erop voorbereid bent.

 

René Klaassen, Identiteitsbegeleider SOL

 

Terug