Schoolklimaat

Naast ondersteuning van levensbeschouwing en identiteit biedt Sol ook begeleiding aan bij het werken aan een positief schoolklimaat. Eén van de methodes die sinds enkele jaren als mogelijkheid wordt aangeboden is de C&SCO-methode. Twee Sol-begeleiders hebben zich bekwaamd in deze methodiek. Een kort vraaggesprekje met één van hen.

C&SCO: EEN EFFECTIEVE WEG NAAR EEN POSITIEF SCHOOLKLIMAAT

Wat sprak je aan bij deze methode?

Ongeveer drie jaar geleden zag ik een advertentie; je kon je aanmelden om C&SCO-trajectbegeleider te worden. Wat me direct opviel was dat deze methode aansluit bij een visie op leren die ik deel.

Gaat het bij die methode dan om leren?

Jazeker! Zowel de leerkrachten als de leerlingen hebben iets te leren. De methode gaat ervan uit dat een positief schoolklimaat niet ontstaat door regels of door toeval. C&SCO onderscheidt zich van protocol-benaderingen. Maar ze onderscheidt zich ook van benaderingen die alleen werken met lessen en werkvormen. Alsof je een positief schoolklimaat creëert door regelmatig een les “over jezelf en de ander” te geven, terwijl je als leerkracht zelf buiten schot blijft. Toen ik zelf voor de klas stond heb ik glashelder ervaren dat je terugkrijgt wat je als leerkracht uitstraalt. Ik was in die tijd nogal onrustig; om de haverklap stond er een leerling aan de deur van het klaslokaal:”Juffrouw Van Dalen vraagt of het wat zachter kan?”. In de C&SCO-aanpak gaan leerkrachten werken aan hun eigen pedagogische vaardigheden. Ze gaan leren. Leren en gedragsverandering hangen samen, dát vind ik sterk aan C&SCO.

Hoe ziet dat leertraject er uit? 

Eerst brengt het team de eigen school in beeld. Daar kunnen ze een diagnose-instrument voor gebruiken. Op die manier bevorder je het gesprek met het team: hoe hangt de vlag er op school bij, waar willen jullie aan gaan werken? Dat diagnose-instrument is behoorlijk genuanceerd; er wordt ingezoomd op conflicten, schoolregels, samenwerking tussen de leerlingen, weerbaarheid, de rol van de schoolleiding, de betrokkenheid van de ouders. Je kunt op basis van deze diagnose vrij nauwkeurig vaststellen waar je aan wilt werken.

Vervolgens brengen de leerkrachten zichzelf in beeld; hoe zit het met mijn pedagogische vaardigheden? Hierbij wordt aangeraden om gebruik te maken van je collega’s. Zij kunnen door het stellen van vragen jouw zelfbeeld verhelderen. Dan ga je aan de slag: je maakt een voornemen om op een andere manier om te gaan met een situatie die zich voordoet. Je observeert jezelf; hoe pakt dit uit? Met je collega’s bespreek je dit. In de C&SCO-aanpak heet dit ‘actieleren’. 

Op een andere manier met een situatie omgaan?! Noem eens iets.

C&SCO gaat ervan uit dat je als leerkracht uit twee vaatjes kunt tappen. Enerzijds ben je in staat om met leerlingen een band te krijgen. C&SCO noemt dit ‘betrekkende vaardigheden’; je betrekt de leerlingen bij kwesties die zich voordoen. Daarmee geef je hen ook een stukje verantwoordelijkheid, je spreekt hen aan op hun eigen oplossend vermogen. Dit werkt vaak erg goed op het gevoel van eigenwaarde van leerlingen. Van de andere kant zijn leerkrachten ook in staat om leerlingen een halt toe te roepen als de situatie daar om vraagt. C&SCO noemt dit ‘begrenzende vaardigheden’. Soms moet je duidelijk een grens stellen. C&SCO stelt dat het mooi zou zijn als leerkrachten uit beide vaatjes kunnen tappen, afhankelijk van de omstandigheden en de inschatting van de leerkracht. Maar dan moeten beide vaatjes wel gevuld zijn. Zijn je vaardigheden op beide vlakken even sterk ontwikkeld? Op welk vlak wil je groeien qua pedagogische vaardigheden?

Hoe komen de leerlingen in beeld?

Toen ik zelf de trajectbegeleiders-training kreeg, was de C&SCO-aanpak een heel intensieve aanpak, die veel vergde van zowel begeleider als team. Je moest als het ware alles uit je tenen halen. Op grond van de ervaringen van de afgelopen jaren heeft C&SCO een nieuwe versie ontwikkeld. Er bestaat nu een handreiking voor scholen; die kost je € 36,80 incl. verzendkosten. In die handreiking zijn ook acht lessen opgenomen, waarmee je de leerlingen concreet betrekt op de thema’s waar je als school voor hebt gekozen.

Hoe lang duurt zo’n C&SCO-traject?

Zo’n traject duurt eeuwig! Het eerste jaar moet je er wel behoorlijk wat tijd voor uittrekken. Je moet rekenen op een studiedagdeel en een paar teamvergaderingen. Eerst moet je met elkaar je goed bewust worden van waar je precies aan gaat beginnen. Daarna moet je tijd inruimen voor de groepjes, die gaan ‘actieleren’. In de handreiking is voorzien dat die groepjes vijf keer bij elkaar komen. Wanneer je aan het eind van zo’n intensief jaar tot de conclusie komt dat er echt wat is veranderd op school, moet je natuurlijk zorgen dat je deze positieve effecten borgt. Je zult vanaf dan regelmatig moeten checken of je nog op koers ligt.

Wat zijn jouw ervaringen tot nu toe?

Ik denk dat je moet laveren tussen twee uitersten in. Van de ene kant is het belangrijk dat je samen met een paar collega’s je eigen pedagogische vaardigheden eens goed onder de loep neemt. Daarvoor is trouwens veel vertrouwen en veiligheid nodig. Daarin moet je niet doorschieten; het moet niet ontaarden in een soort groepstherapie. Daarom is het goed om van het begin af aan te weten waarop de hele onderneming gericht is. Stel dat je als team werk wilt maken van de schoolregels. Je wilt als team de leerlingen meer betrekken bij het ontwikkelen en handhaven van slechts een paar positief geformuleerde regels. Het worden als het ware hún regels. Beschik je over de pedagogische vaardigheden die hieraan kunnen bijdragen? Van de andere kant bestaat ook het risico dat je als persoon buiten schot blijft door het meteen heel concreet toe te spitsen. Uiteindelijk vraagt het traject dat je als persoon verandert, want dat is pas leren. En dat vergt moed. Het gaat om het vinden van een balans. Als dit een gezamenlijke zoektocht is van team en begeleider werkt dat heel erg versterkend.

Tot slot misschien nog een beetje vervelende vraag: wat heeft dit allemaal met identiteit te maken?

Ik vind dat helemaal geen vervelende vraag, zelfs een terechte! Veel scholen hebben de ambitie om leerlingen een veilige en zorgzame leeromgeving te bieden. Voor katholieke scholen kan deze ambitie voortkomen uit een religieuze inspiratie. Wanneer je als begeleider scholen begeleidt bij het ontwikkelen van deze ambitie, moet je niet afhaken wanneer ze vragen hoe ze dit concreet handen en voeten kunnen geven. Zo hebben veel broeders zich honderd jaar geleden bekwaamd in het technisch lezen; het was een uitvloeisel van hun betrokkenheid op het welzijn van de kinderen in die tijd. De identiteit van een school blijkt niet uit wat er op papier staat maar uit wat er concreet gebeurt in de praktijk. Een positief schoolklimaat klinkt mooi op papier, maar maak het maar eens waar! Dan blijkt pas echt wat je identiteit is.

Terug