Burgerschap

 

Wat is het? Wat doen we eraan? Doen we genoeg? Doen we het goed?

 

Klik hier voor het officiële Toezichtskader Actief Burgerschap en Sociale Integratie van de Inspectie van het onderwijs.

U vindt hierin ondermeer de volgende twee indicatoren:

Indicator ‘Zorg voor kwaliteit onderwijs actief burgerschap en sociale integratie’

De school draagt zorg voor de kwaliteit van het onderwijs gericht op bevordering van sociale

integratie en actief burgerschap, met inbegrip van het overdragen van kennis over en

kennismaking met de diversiteit in de samenleving.

Indicator ‘Onderwijsaanbod actief burgerschap en sociale integratie’

De school heeft een aanbod gericht op bevordering van sociale integratie en actief burgerschap,

met inbegrip van het overdragen van kennis over en kennismaking met de diversiteit in de

samenleving.

 

 

Burgerschapvorming in het onderwijs

In juni 2005 ging de Tweede Kamer akkoord met een wetsvoorstel op grond waarvan scholen de verplichting krijgen om bij te dragen aan de integratie van leerlingen in de Nederlandse samenleving. Het wetsvoorstel brengt wijzigingen aan in de Wet op het primair onderwijs. Deze wijzigingen houden onder meer het volgende in:

Het onderwijs

  1. gaat er mede van uit dat leerlingen opgroeien in een pluriforme samenleving

  2. is mede gericht op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie

  3. is er mede op gericht dat leerlingen kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten.

In het memorie van toelichting geeft de minister aan in welke context de wet is ontstaan. Ze wil dat de sociale binding in de samenleving niet verder afneemt, maar juist gaat toenemen. Sociale binding brengt zij in verband met de betrokkenheid van burgers bij maatschappelijke verbanden en het nemen van verantwoordelijkheid voor gemeenschapsbelangen. In dat verband gebruikt zij de term ‘actief burgerschap’ en heeft zij de term sociale integratie aan de wet toegevoegd. 

Het onderwijs kan hieraan een bijdrage leveren, in samenspraak met de ouders en de omgeving van de school. Het belang van kennismaking en ontmoeting wordt benadrukt. Het gaat hierbij om het kennismaken met de samenleving en de ontmoeting van kinderen van verschillende afkomst. Onder ‘burgerschap’ verstaat de minister de bereidheid en het vermogen deel uit te maken van de gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren. ‘Sociale integratie’ is deelname aan de maatschappij en haar instituties en bekendheid met en betrokkenheid bij uitingen van de Nederlandse cultuur. De minister probeert zowel de sociale integratie te vergroten als de Nederlandse cultuur een rol te geven. De minister wijst ten slotte op twee andere zaken die een relatie hebben met burgerschap: de Europese eenwording, die vraagt om een vorm van Europees burgerschap; en het alert zijn op de ondermijnende werking van radicalisering en het ontsporen van leerlingen. 

 

Waarom Burgerschap op school?

In de eerste plaats omdat de school een samenleving in het klein is. In de klas, op het schoolplein, in de kantine, worden leerlingen geconfronteerd met processen, gedragingen en gebeurtenissen die ook voorkomen in de ‘echte’ samenleving. Meningsverschillen, ruzies, pestgedrag, geweld, maar ook groepsvorming, sympathie, samenwerking en inspraak. Op school wordt de leerling gestimuleerd voor zijn mening uit te komen en die te onderbouwen met argumenten. Hij leert respect te hebben voor mensen die anders zijn of anders denken. Hij wordt zich bewust van zijn sociale plichten en rechten. Steeds vaker kan hij meedenken en -beslissen over afspraken die zijn eigen leerproces of het onderwijs in de klas school beïnvloeden.

Het staat iedere school grotendeels vrij om zelf vorm en inhoud te geven aan de wet actief burgerschap en sociale integratie. Deze wet is vanaf februari 2006 van kracht. De overheid is van mening dat scholen zelf het beste weten hoe kan worden aangesloten op zaken als de identiteit en missie van de school en de kenmerken van de schoolpopulatie en schoolomgeving. Wel stelt de overheid dat het gaat om ‘de bereidheid en het vermogen’ om een bijdrage te leveren aan de Nederlandse cultuur en samenleving.

 

Burgerschapsvorming in de nieuwe kerndoelen

Het aantal kerndoelen voor het primair onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs is onlangs tot ongeveer een kwart teruggebracht. In de nieuwe kerndoelen komt het begrip burgerschap een aantal malen terug. In de nieuwe kerndoelen voor het primair onderwijs (leeftijdsgroep 4 tot 12) wordt een relatie gelegd tussen (Nederlands) taalonderwijs en succesvolle deelname in de samenleving alsmede de sociale functie van taal. Een directe relatie tussen burgerschap en de kerndoelen is te vinden in het domein “Oriëntatie op jezelf en de wereld”. Tot dit domein horen zaken zoals omgaan met andere mensen, problemen oplossen en zingevingsvraagstukken.

 

Kerndoelen oriëntatie op jezelf en de wereld ivm burgerschap 

In dit leergebied oriënteren leerlingen zich op zichzelf, op hoe mensen met elkaar omgaan, hoe ze problemen oplossen en hoe ze zin en betekenis geven aan hun bestaan. Leerlingen oriënteren zich op de natuurlijke omgeving en op verschijnselen die zich daarin voordoen. Leerlingen oriënteren zich ook op de wereld, dichtbij, veraf, toen en nu en maken daarbij gebruik van cultureel erfgoed. Kinderen vervullen nu en straks taken en rollen, waarop ze via onderwijs worden voorbereid. Het gaat om rollen als consument, als verkeersdeelnemer en als burger in een democratische rechtstaat. Kennis over en inzicht in belangrijke waarden en normen en weten hoe daarnaar te handelen, zijn voorwaarden voor samenleven. Respect en tolerantie zijn er verschijningsvormen van. 

 

Mens en samenleving

34 De leerlingen leren zorg te dragen voor de lichamelijke en psychische gezondheid van henzelf en anderen.

35 De leerlingen leren zich redzaam te gedragen in sociaal opzicht, als verkeersdeelnemer en als consument.

36 De leerlingen leren hoofdzaken van de Nederlandse en Europese staatsinrichting en de rol van de burger.

37 De leerlingen leren zich te gedragen vanuit respect voor algemeen aanvaarde waarden en normen.

38 De leerlingen leren hoofdzaken over geestelijke stromingen die in de Nederlandse multiculturele samenleving een belangrijke rol spelen, en ze leren respectvol om te gaan met verschillen in opvattingen van mensen.

39 De leerlingen leren met zorg om te gaan met het milieu.

 

Ruimte

47 De leerlingen leren de ruimtelijke inrichting van de eigen omgeving te vergelijken met die in omgevingen elders, in binnen- en buitenland, vanuit de perspectieven landschap, wonen, werken, bestuur, verkeer, recreatie, welvaart, cultuur en levensbeschouwing. In ieder geval wordt daarbij aandacht besteed aan twee lidstaten van de Europese Unie en twee landen die in 2004 lid werden, de Verenigde Staten en een land in Azië, Afrika en Zuid-Amerika.

49 De leerlingen leren over de mondiale ruimtelijke spreiding van bevolkingsconcentraties en godsdiensten, van klimaten, energiebronnen en van natuurlandschappen zoals vulkanen, woestijnen, tropische regenwouden, hooggebergten en rivieren.

50 De leerlingen leren omgaan met kaart en atlas, beheersen de basistopografie van Nederland, Europa en de rest van de wereld en ontwikkelen een eigentijds geografisch wereldbeeld.

 

Tijd

51 De leerlingen leren gebruik te maken van eenvoudige historische bronnen en ze leren aanduidingen van tijd en tijdsindeling te hanteren.

52 De leerlingen leren over kenmerkende aspecten van de volgende tijdvakken: jagers en boeren; Grieken en Romeinen; monniken en ridders; steden en staten; ontdekkers en hervormers; regenten en vorsten; pruiken en revoluties; burgers en stoommachines; wereldoorlogen en holocaust; televisie en computer.

53 De leerlingen leren over de belangrijke historische personen en gebeurtenissen uit de Nederlandse geschiedenis en kunnen die voorbeeldmatig verbinden met de wereldgeschiedenis.

 

Wat doet jullie school

Om bij u op school te inventariseren welke bestaande praktijken rond burgerschap er zijn en welke nieuwe praktijken of verbeteringen wenselijk zijn kunt u bij de punten 1 t/m 10 de onderstaande vragen beantwoorden:

  1. Respect voor elkaar / elkaar waarderen

  2. Respect voor andere culturen / tolerantie

  3. Zorg voor je eigen en andermans spullen / zorg voor het milieu

  4. Omgaan met pestgedrag, ruzie en geweld

  5. Aandacht voor het vormen, uiten en beargumenteren van de eigen mening / vrijheid van meningsuiting

  6. Samen werken, spelen, delen

  7. Solidariteit / inzet voor de ‘zwakkeren in de samenleving’

  8. Gesprekken binnen het team over waarden en normen en de taak van de school in de samenleving

  9. Gesprekken met ouders over waarden en normen en de taak van de school in de samenleving

  10. Daadwerkelijke contacten (bv bezoek, excursies e.d.) met maatschappelijke, sociale en religieuze instellingen

Neem contact op met uw identiteitsbegeleider om 'Burgerschap' in uw team of met ouders te bespreken of om de ontwikkeling van burgerschap een plek te geven in uw nieuwe schoolplan.

 

Terug