Kies
een of meerdere doelstellingen of formuleer ze zelf.
De
leerkrachten weten welke visies op “bijbelverhalen vertellen” er in het
team leven.
De
leerkrachten kennen enkele kinderbijbels en kunnen die gebruiken.
De
leerkrachten hebben hun vaardigheid “bijbelverhalen vertellen” vergroot.
De
leerkrachten hebben hun vaardigheid om “beeldend te vertellen” vergroot.
De
leerkrachten hebben kennis van oorsprong, opbouw en tekstsoorten van de
bijbel.
De
leerkrachten kunnen werken met een bijbelvertelrooster.
De
leerkrachten weten wat bibliodrama is en kunnen ermee gaan experimenteren.
De
leerkrachten hebben hun vaardigheid om een levensbeschouwelijk gesprek te
voeren naar aanleiding van een bijbelverhaal vergroot.
De leerkrachten hebben afspraken gemaakt over het vertellen van bijbelverhalen.
Aansluitend
bij de doelstellingen kunnen een of meer teambijeenkomsten worden gepland. Hier
enkele voorbeelden.
1.
Naar een visie op “bijbelverhalen vertellen”:
○ je eigen favoriete
bijbelverhaal
○ welke visies op de bijbel
kennen we? Welke spreken ons aan?
○ waarom zou je
bijbelverhalen aan kinderen vertellen?
○ verschillen onderbouw
(spelen), middenbouw (naspelen), bovenbouw (spiegelen)
2.
Kinderbijbels
○ waar moet je op letten in een
kinderbijbel?
○ welke kinderbijbels zijn aan te
raden?
○ kinderbijbelcaroussel: in
groepjes laten we kinderbijbels rouleren, met een zoekopdracht.
○ oefening: zoeken van
bijbelverhalen
3.
Bijbelverhalen vertellen
○ Ieder zoekt een bijbelverhaal
○ Elkaar voorlezen/vertellen
○ Feedback in drie stappen.
○ Een lijst van tips.
4.
Beeldend vertellen
Een vervolg op nummer 3:
○ Voorbeeld 1: een makkelijk
bijbelverhaal
○ Voorbeeld 2: een moeilijk
bijbelverhaal
○ Manieren om ‘beelden’ te
verzamelen; om van woorden ‘beelden’ te maken.
5.
De Bijbel: wat is dat voor een boek?
○ Bijbel oorsprong en opbouw.
○ We maken samen een tijdbalk.
○ Tekst- en verhaalsoorten
○ De feesten en verhalen in het kerkelijk jaar
○ Werken met een bijbelvertelrooster
6.
Bibliodrama
○ Wat is bibliodrama
○ Enkele oefeningen
○ Een bijbelverhaal met enkele
drama-werkvormen.
7.
Het levensbeschouwelijk gesprek
In het levensbeschouwelijk gesprek staat het bijbelverhaal zelf niet centraal, maar is het een aanleiding om met kinderen te praten over levensbeschouwelijke thema’s. Daarom zijn luisteren, doorvragen en omgaan met (voor)oordelen belangrijk.Het doel is om kinderen met elkaar, met zichzelf en met een levensbeschouwelijke traditie in gesprek te brengen. Kinderen helpen hun mening te vormen, te uiten, te onderbouwen, vraagt om een houding die geen enkele mening zonder meer afwijst. Hoe voeren we dat gesprek? Enkele richtlijnen en oefenigen in groepjes.
8.
Teamafspraak – rode lijn.
Nadat een of meer van bovengenoemde punten zijn behandeld, kan men de behoefte hebben aan afspraken: een rode lijn door de groepen heen. Aan de orde komen: welke bijbels; eventueel welke bijbelverhalen; frequentie; leertijd; verwerking; manier van evalueren; doelstelling.
Er
is altijd te overleggen over de inhoud van teambijeenkomsten of combinaties
daarvan.
Probeer
echter niet te gaan proppen; beter één onderwerp grondig aanpakken, dan vele
doelstellingen helemaal niet halen.